home
spankingforum.nl
smverhalen.nl
Spanking & Sm Forum

Forum:
Welkom
SpankingForum
SM Verhalen
Spanking Verhalen
Overzicht & Uitleg

Zoek op:
verhalen om mee te beginnen   om mee te beginnen
Goud! prachtige en milde verhalen, eerste keus van de Beheerder  prachtig en mild
Verhalen met heel bijzonders volgens de Beheerder - glij over het pictogram om te weten wat    bijzonder
  spanking verhalen
verhaal pictogram
schrijversnaam
uitgebreid zoeken

Nieuw:
Afgelopen Week
Afgelopen 2 Weken
Afgelopen Maand

Handig:
Aanmelden
Log In
Log Uit
Wijzig Profiel
Site-etiquette
FAQ: veelgestelde vragen

Aanbevolen:
Erobird Boekenwinkel

sm & spanking verhalen & forum

Welkom
Forum
Verhalen
Spanking
Verhalen
  Verhalen
Zoeken
Boekwinkel
Aanmelden
Log In  Log Uit

 

Een verhaal van:  
Hij Van Wie Zij Is


  Beginnend lid


Beoordeling: nog geen

Vind je dit verhaal erg goed
of juist niet
geef dan hier je waardering:
 (Waardeer!)
Aantal waarderingen tot nu toe: 0

Gepost op zaterdag 12 maart 2005 - 06:36 pm:       


Opvoedingstherapie


brief pedagoog dhr. H. aan therapeut dhr. P.




Geachte heer P.

Zojuist vandaag liep ik uw collega dhr. R. tegen het lijf tijdens een ontspannen wandeling op één van onze waddeneilanden. Wij raakten aan de praat en hij noemde uw interesse in vernieuwende therapieën. Zelf ging hij uitvoerig op zijn meest recente ervaringen in. Zeker, zeer vernieuwend en wellicht voor een aantal cliënten ook vruchtbaar. Maar ik kon de associatie met een leeuwentemmer niet onderdrukken. Zwepen en karwatsen speelden toch wel een hoofdrol in zijn aanpak, terwijl mijn mening is dat er in elke therapie, ook de meest vernieuwende, toch een rol voor het gesprek dient te zijn weggelegd.

casus mevr. Z.M.
Maar goed, het bracht mij er toe u te schrijven over mijn eigen ervaringen als therapeut.
Ik ben zelf pedagoog van huis uit, en heb een lange ervaring in het begeleiden van ontspoorde tieners. Mijn aanpak is daarbij altijd vrij directief geweest. Ik werk bij voorkeur -naast het gesprek- met concrete opdrachten die na evaluatie altijd resulteren in beloning of straf, of eigenlijk en/of straf, want ik ben van mening dat elk resultaat nooit alleen negatief kan zijn. Louter de inzet bijvoorbeeld dient altijd beloond te worden.
Maar goed, het was pas toen ik mevrouw Z. M. ontmoette dat ik begreep dat mijn aanpak niet alleen effectief was voor jongeren. Een begrijpend woord, en een strenge aanpak bleek ook bij haar voor wonderen te zorgen. Liefdevolle beloning gepaard met strenge straffen deden haar opbloeien tot ... nee, dat zou te persoonlijk worden.

casus mevr. E.
Na deze ervaring besloot ik mij ook te mengen in de opvoeding van mevrouw E., u wellicht bekend uit diverse publicaties. Niet alleen bleek mijn aanpak an-sich effectief (mevrouw’s reactie was een fascinerende mengeling van aantrekking en afstoting, opwinding en afschuw), het stimuleerde haar begeleidster mevrouw M. M. tot een krachtdadiger optreden, alsmede bracht het diverse anderen die zich in onze briefwisseling mengden tot vernieuwende ideeën. Waaronder zowel zeg maar opvoeders als pupillen (zie onderstaande literatuurverwijzingen).
opvoedingstherapie
En daar komt mijn therapie om de hoek: opvoeding is onderwerping. Pijn is alleen effectief als zij ten dienste staat van de opvoeding. En zoals u weet, is opvoeding een daad van liefde. Zodat ook de toediening van pijn, hoezeer dat zeker vooraf tegenstrijdige gevoelens oplevert bij de pupil, een daad van liefde vormt.
En liefde is van groot belang bij dergelijke pupillen. Want zij worden naast hun onbeheersbare verlangens ook nog gekweld door schuldgevoelens. Daarom hebben zij heel veel begrip nodig van hun opvoeder. ‘Hij’ weet het: ‘zij’ kan het niet helpen. Juist op dat moment straf toedienen (per definitie gepaard gaand met ‘pijn’), doet dan wonderen: het werkt als het inlossen van een schuld. Met het toedienen van de straf is de schuld vereffend en kan een liefdevolle troost daarvoor in de plaats komen.

Literaratuurverwijzing
casus mevr. Z.M:
een eerste analyse en aanpak
opvoedingsresultaat
een persoonlijk verslag

casus mevr. E.
een eerste aanzet (verschenen in 3 afleveringen)
verwerking door de pupil
een diepgaande discussie




Hij Van Wie Zij Is

Ontvangst



Ik bekeek mijn praktijkruimte en wat ik zag beviel me.
Ik wilde dat alles perfect zou zijn. Tenslotte was het al weer een hele tijd geleden dat ik een volwassen meisje hier ontvangen had. In feite was het sowieso al weer een tijdje geleden dat ik me met de opvoeding van zo’n meisje had bezig gehouden? Natuurlijk mijn eigen Zijn Meisje, maar in hoeverre telde dat? En daar was Eva, ook met haar opvoeding had ik me ‘tegen aan’ bemoeit. Maar dat ik hier, in deze ruimte een volwassen meisje had opgevoed, was echt al heel lang geleden.
Wat ik zag was een grote ruime zolderkamer. De sfeer was zowel persoonlijk, als zakelijk en functioneel. Opgeruimd en rommelig tegelijkertijd. Het was een hoge zolder, met royaal boven je hoofd de horizontale balken. In feite was de zolder in tweeën verdeeld, met aan beide zijden het schuine dak. Als je binnenkwam, stapte je de meest zakelijke helft binnen. In het midden bevond zich een open houten stellingkast als afscheiding tussen beide ruimtes. Ik was persoonlijk erg trots op die kast. Hij was ooit door mijzelf gemaakt, sober en strak, zonder schroeven, sowieso zonder metaal čn zonder gaten, zoals je wel bij een (vergelijkbare) Lundia kast ziet. En L-vormig: de andere poot van de L bevond zich in het tweede, informele gedeelte van de kamer, tegen de muur.
Gedeeltelijk langs de kast en tevens langs de muur aan het eind van de kamer bevond zich een houten tafel (inderdaad, dus ook L-vormig) als bureau met een computer en bureaustoel. Tegen de schuine wand een losse tafel met een klein schoolbankje. En natuurlijk in de resterende open ruimte een rechte stoel voor de cliënt.
De ruimte daarnaast werd gedomineerd door een grote houten bedbak met bruin corduroy overtrokken matras en grote dikke kussen langs beide zijden. Een gemakkelijke stoel daar tegen over, een grote zitzak in de hoek. En een schommelhaak in de hoogste balk en een zwarte ‘kikker’ aan een zijbalk, maar die waren zo onopvallend aanwezig dat zelfs zijn -nu volwassen kinderen- ze nooit waren opgevallen. Ze waren amper ooit gebruikt. Maar ze waren er en dat was belangrijk.

Ik ging alvast zitten aan het bureau. Door zijn L-vorm kon ik heel gemakkelijk haar gegevens invoeren in de PC en tegelijkertijd me naar haar toe draaien.
Ik zette haar stoel op zijn plaats. Recht voor me, als ik me naar haar richtte en midden in de ruimte. Gelukkig was de ruimte zo gezellig en informeel dat ze zich niet verloren zou voelen. Maar ik zou haar kunnen observeren, onbeschermd, en daar was het mij om te doen.
Ik keek ontspannen de oude bestanden van mijn vorige cliëntes na. Een glimlach speelde om mijn lippen toen ik ze me weer herinnerde. Hoe timide ze waren binnengekomen, hoe voelbaar mijn gezag was geweest. Hoe makkelijk het daardoor was geweest ze te doorzien. En daarna te helpen vanzelfsprekend.
Ik kňn me ook ontspannen, want ik wist dat Zijn Meisje klaar zou zitten om haar te ontvangen en op haar gemak te stellen. Want zo is ze. Weinigen weten dat ze Mijn Meisje is. Ze is zorgzaam en kordaat tegelijkertijd. Ik dacht weer aan hoe mijn toenmalige secretaresse haar genoemd had: een flinke tante. Hoe kon ze immers weten hoezeer zij er naast had gezeten? Maar nu was die eigenschap een waardevol geschenk. Het zou een geruststellend effect op A. hebben. Het zou zo zou normaal zijn om haar jas, als ze die aanhad, aan haar af te geven. Een praatje over “de weg vinden en het weer” zou zijn ontspannen werk doen.
Zo zou Mijn Meisje haar naar boven naar de opvoedingruimte nemen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
En in wezen was dat ook zo.
Alleen was A. geen kind of puber meer. Ze was volwassen.

Zijn Meisje zou de deur voor haar openhouden. Ze zou binnenkomen en vanaf dat moment zou haar opvoeding beginnen.
Want ik zou haar vragen om te gaan zitten. Vriendelijk maar beslist.
Hoe zou ze naar me toelopen?
Zou ze zich voor stellen?
Hoe zou ze gaan zitten?
Ik zou geen sociaal praatje houden.
Mijn ‘op haar gemak stellen’ zou bestaan uit het invoeren van haar naw gegevens en soortgelijke. Dat zou mij in de gelegenheid stellen haar te observeren zonder dat ze dat als zodanig op zou merken.
Hoe zou ze zitten? Stil of beweeglijk? Rechtop, of zou ze het zich gemakkelijk proberen te maken, wat natuurlijk niet zou lukken, want de stoel was akelig recht en hard. Waar zouden haar handen zich bevinden? In welke houding zou ze haar benen zetten.
En, last but not least: hoe zou haar stem klinken, hoe zou ze kijken?




Anima

Betrapt



Alweer is het zover, alweer ben ik onderweg naar een afspraak met een therapeut. Nummer drie als je dhr. P, bij wie ik slechts schriftelijk advies heb ingewonnen, niet meetelt. Toch heb ik het aan hem te danken dat ik de noodzaak van therapie inzie-of in mijn geval, ‘opvoeding’. Ik verafschuw die term. Achtentwintig ben ik nu, de periode van recalcitrant tienergedrag reeds ver voorbij, en prima in staat om m’n eigen beslissingen te nemen.
Toegegeven, misschien heb ik het nodig om heel af en toe een beetje bijgestuurd te worden, om...waarom zo’n zwaar beladen woord? Ik kan toch niet tegen m’n vriendinnen zeggen dat ik geen glas met hen kan gaan drinken omdat ik opvoedingstherapie heb?
En toch, ergens kietelt het. Het woord op zich weekt schaamte in me los. Alsof ik iets mispeuterd zou hebben zoals een ondeugend meisje dat zou doen. Uiteraard is het volstrekt bespottelijk, want ik ben helemaal geen meisje meer, maar toch. Of misschien net daarom.
Erover nadenken alleen al zorgt voor de nodige kriebels, en net dat gevlinder heeft me ertoe doen besluiten voor een nette broek en stijlvolle blouse te opteren, haren opgestoken, vanzelfsprekend. Afstand mijnheer. Dat hij zou zien hoezeer ik hier heimelijk naar uitkijk, zou me teveel zijn. Het is immers niet iets waarnaar men hoort uit te kijken. Ik selecteer koelheid, afstand en maturiteit als hoofdingrediënten voor het brouwsel dat ik hem zal voorzetten. Mevrouw A., volwassen, autonoom en niet in het minst onder de indruk, aangenaam. En u was ook alweer?
Hoe zou hij zijn, mijn pedagoog? Niét zoals de heren de M. en R. die mij als twee Hogepriesters van de Orde der Sadomasochisten kwamen ‘genezen’ middels een heel arsenaal aan slaginstrumenten, zoveel is zeker.

Voorbereid bel ik aan. Wanneer de deur niet door hem, maar door een mooie vrouw met levendige ogen geopend wordt, is mijn zucht er eentje van opluchting. Nog eventjes uitstel.
Ik lees oprechte vriendelijkheid in haar blik terwijl ze me uitnodigt om binnen te komen. De man heeft duidelijk smaak, hij weet z’n secretaresse wel te kiezen. Toch is er iets aan haar wat ik niet kan plaatsen. Ze is vlotter, net iets meer zelfzeker en net iets vrouwelijker in haar bewegingen dan men van een secretaresse zou verwachten, allesbehalve doorsnee.

Haar lichaamstaal beantwoordend, overhandig ik haar bedankend mijn jas terwijl ze informeert naar de drukte onderweg. Gelukkig, tot hiertoe verloopt alles normaal. Of wil haar volgen naar de opvoedingsruimte.
De…? Nog voor het protest mijn lippen daadwerkelijk kan verlaten, glimlacht ze: “Daarvoor bent u hier toch?” Ik hoef niet te antwoorden, dat doen m’n wangen al, en zo heeft zij het blijkbaar ook begrepen. “Nou, als u mij dan even wil volgen.” Mijn twijfel steekt weer de kop op wanneer blijkt dat dhr. H zijn praktijk niet op de eerste verdieping gevestigd is, maar in de zolderruimte.
“Moet ik echt dat wiebelige trapje op?”, wil ik weten.
“Het trapje is prima, uw benen zijn wiebelig. “ Geen glimlach deze keer. Ernst. Ernst die me verplicht mijn hoogtevrees te overwinnen en de weg naar het hol van de leeuw af te leggen. Een leeuw ja, welke therapeut of pedagoog heeft anders z’n praktijkruimte zo ver weg van alles? Waarom niet meteen een kerker? Nee A., dat is je fantasie weer, doe normaal.
“Meneer H, mevrouw A. komt eraan, haar benen zijn wat wiebelig”, hoor ik haar zeggen. Haar uitgestrekte hand omvat mijn pols, trekt me door het luik naar binnen. “U zou maar eens willen vluchten”, lacht ze me toe.
Voor de eerste maal lukt het me niet meer. Ik sla de ogen neer en bloos, friemel aan een onzichtbaar draadje aan m’n handtas.
“Juist ja, deze leg ik even voor u opzij”, en met die woorden ontneemt ze me mijn laatste frutselprulletje.
“Mevrouw A., bent u nog onder ons?” Hij…een mannenstem, een warme, volle mannenstem weerklinkt. Mijn geďntrigeerde blik is haar niet ontgaan, ze wijst en gaat me voor.
“Mijnheer H., patiënte A. Mevrouw A., de heer H.”, en met die woorden laat ze me over aan m’n lot. Wat was ook alweer mijn plan? Zelfzeker en volwassen, juist ja. Als een slechte actrice stap ik op hem toe, de hand uitgestoken, mezelf voorstellend hoe dit eruit moet zien. Enkele seconden zweeft mijn hand doelloos in het ijle, zijn het alleen zijn ogen die me aftasten. Nog voor mijn hand weer naast m’n lichaam glijdt, heeft hij mijn groet aanvaard en beantwoord. “Gaat u zitten mevrouw A.”
Het is geen vraag, geen aanbod, het is een vanzelfsprekendheid. Ik neem plaats op de stoel die tegenover hem staat. Stilte. Een gevoel van ongemak. Waar laat ik m’n handen? Aan m’n handtas frunniken kan niet meer. Wat doe ik met m’n benen? Naast elkaar? Gekruist, dat zal de boodschap wel overbrengen. Mooi. Kom maar op mijnheer de pedagoog.
Mijn gegevens wil hij. Vreemd, ik dacht dat die nu toch al wel tot in de wandelgangen gekend zouden zijn. Het geeft niet, terwijl hij ze in zijn computer ingeeft, beschik ik over de mogelijkheid om de ruimte in me op te nemen. Op automatische piloot dreun ik alles voor de zoveelste keer op.
“Mevrouw A., 28 jaar, Kerkstraat 92, …” Wat doet dat schoolbankje daar tegen de muur? Vast nog een overblijfsel uit zijn vroegere carričre. Hoewel, hij was toch geen leraar?

“En wat was ook weer de precieze reden waarom u besliste in therapie te gaan?”, schudden zijn woorden me wakker. Zijn ogen rusten op het bankje. Hij heeft het gezien. “Dat weet u drommels goed”, bijt ik hem betrapt toe. “ Mijn schoenen oefenen plots een magnetische aantrekkingskracht uit op mijn ogen, hem aankijken lukt niet meer.




Hij

Houding



Als ik opkijk zie ik A. binnenkomen. Prachtig is ze, ik kan het niet anders zeggen. Niet dat ze niet geprobeerd heeft haar schoonheid te verbergen, ze draagt een stijve bloes en saaie broek, erger, ze heeft haar haar opgestoken. Maar ik zie de schoonheid daar achter.
Maar wat ik bovenal zie is een onzeker meisje dat vreselijk haar best doet dat niet te zijn. Natuurlijk, in andere omstandigheden zou ook ik daarin getrapt zijn. Zo vreselijk afstandelijk, met een air van wie doet me wat. En vooral die blik van “wat doe ik hier eigenlijk”. Weer meisje worden, in de eerste plaats, denk ik, en opvoeden direct daarna. Maar dat weet ze nog niet. Ik zucht innerlijk: verheugd vanwege de uitdaging en tegelijkertijd bedroefd vanwege de innerlijke strijd die ik bij haar verwacht.
Want strijd verwacht ik. Ik weet dat collega P. haar overgehaald heeft. Maar ik ken ook haar verleden. Ik zou met haar te doen hebben als ik niet wist dat zij dit over zichzelf heeft afgeroepen. En wetend dat zij met mijn mededogen geen baat zal hebben. Het is een vreselijk cliché van de opvoeder: “zachte heelmeesters maken stinkende wonden”, maar het is waar.
Ik kijk haar aan en zie haar onzekerheid. De air die ze zich heeft aangemeten verdwijnt als sneeuw voor de zon. Ze weet niet hoe ze moet staan, ze weet niet hoe ze moet zitten. Al haar pogingen tot maskerade lijken mislukt en maken haar alleen nog kwetsbaarder. Had ze met vrouwelijke kleding nog haar flair als vrouw kunnen gebruiken om zich een houding te geven, nu ze gekozen heeft voor de afstandelijk zakelijke aanpak, verdwijnt haar zekerheid als sneeuw voor de zon. Want zakelijk en onaantastbaar is ze niet, deze A. Ze is kwetsbaar en die kwetsbaarheid ontroerd me.
Ik voel me dan ook intens gemeen als ik de toegestoken hand niet aanpak. Ik zie hem krachteloos terugvallen. Ik veins het niet te zien.
Het enige wat ik van haar verlang is dat ze gaat zitten. Natuurlijk doet ze dat, maar oh, wat voelt ze zich ongemakkelijk. Mijn Meisje heeft haar van haar handtas ontdaan, en nu weet ze niet meer waar ze haar handen moet laten. Had ze haar haar maar niet opgestoken. Spelen met je haar is čn vrouwelijk čn afleidend. Maar ja, ze koos ervoor om niet vrouwelijk te zijn. Wat kan ze anders dan haar benen over elkaar te slaan?
Maar wordt ze daardoor niet-vrouwelijk? Redt het haar? Nog verzet ze zich, maar haar meisje-zijn zit zó dicht onder de oppervlakte. Even haar streng toespreken, en ik zou haar zo aan het huilen krijgen. Al is het maar van de zenuwen. Maar daarvoor kies ik niet. Ik wil dat ze uit zichzelf breekt.
Dan zie ik haar kijken, kijken naar het schoolbankje. Ze wil het niet, dat kan ik merken, maar toch trekt het haar ogen. Het is zo’n mooi symbool, dat schoolbankje. Zo kaal en net iets te laag voor volwassenen, maakt het iedereen die er in moet zitten tot een kind. Een kind dat opgevoed wordt. Huiswerk maken, je de les laten lezen, het zijn slechts de eerste toepassingen....
Ik stel de geijkte vragen, en zij geeft de geijkte antwoorden, die ik natuurlijk allemaal reeds ken. Tot ik bij de reden voor therapie aanbeland.
Ze bijt me toe: “dat weet u drommels goed.”
Maar haar toon strookt niet bij haar non-verbaal gedrag.
Ze bloost.
En kijkt beschaamt naar beneden.
Ik zwijg.
Wat maakt ze het me gemakkelijk. Ze schaamt zich en ik zwijg. Natuurlijk kan ze niet opkijken, natuurlijk weet ze zich geen houding te geven.
Maar ik kijk wel. Ze ěs mooi, in al haar onzekerheid. Zo’n mooi meisje.
Maar ze heeft een zetje nodig.
Zacht maar beslist zeg ik tegen haar: “kijk me aan.”
En ze kijkt me aan.
“Natuurlijk weet ik waarvoor u hier bent. U gaat me dat zo dadelijk zelf vertellen.”
“Maar eerst wil ik u wat vertellen over uw houding.”
Ze wil weer van me wegkijken, maar ik hou haar tegen.
“Blij me aankijken.”
“U wilt zich voor mij verbergen.”
Ze wil protesteren, maar ik ben haar voor. Een simpel gebaar van mijn vinger voor mijn lippen is voldoende. Ik zie dat het voor haar zo onverwacht is, dat ze gehoorzaamt. Natuurlijk beseft ze niet dat juist dit gebaar onze rollen vastlegt: opvoeder en pupil. Dat is voor later.
“U wilt zich voor mij verbergen. U wilt mij uzelf laten zien als volwassen en zakelijk. Koel misschien zelfs en onaangedaan. U hebt zich er op gekleed. Maar u bent het niet.”
Ik zie haar weer willen protesteren, maar ik schudt licht mijn hoofd. Later zeg ik haar daarmee.
“U weet niet waar u moet kijken, u weet niet hoe u moet zitten, u weet niet wat u met uw handen moet doen. U voelt zich verlegen met de situatie.”
En al die tijd blijf ik haar aankijken. Ik zie haar ogen op en neer gaan. Ze wil niet wegkijken, maar kan mijn blik maar steeds heel even verdragen. Ik zie haar ogen draaien naar waar ze niet gaan wil.
“Ik zal u helpen.”
en na één seconde pauze:
“Legt uw handen in uw nek.”
Natuurlijk wil ze dat niet. Maar protesteren kan ze ook niet. Dan zou ze moeten praten, wat moeten zeggen. En, misschien voor het eerst in haar leven, weet ze niet wŕt ze moet zeggen. Mijn vasthoudende ogen brengen haar in totale verwarring. En het is juist die verwarring die maakt dat haar handen mijn bevel doen opvolgen.
“En zet uw benen naast elkaar.”
Zo dadelijk zal ik haar laten staan, laten lopen en weer laten zitten, en zal ik haar observeren in haar bewegingen. Misschien zelfs zal haar houding al gaan corrigeren. Maar eerst wil ik zien hoe zij op mijn laatste ‘verzoek’ zal reageren. En een antwoord verlangen op de nog steeds onbeantwoorde vraag.
Ik wacht af. Kijk. En luister.




Anima

Geconditioneerde respons



Als gehypnotiseerd breng ik mijn handen naar mijn nek. Zijn blik brandt. Ik wil dit niet. Mijn ogen zoeken ontsnapping. Hij wenst dat ik hem blijf aankijken, mijn benen naast elkaar zet. Uit die vervelende en talloze opleidingen ‘omgaan met klanten’, heb ik onthouden dat gekruiste armen en benen geslotenheid impliceren. Meer nog, het geeft me écht een veilig gevoel.
Onaanraakbaar.
Hij eist mijn openheid. Nee, dat is teveel, mijn armen glijden terug naast mijn bovenlijf, mijn blik rust op mijn schoot. Kon ěk nu maar rusten.

“Ik kan dit niet”, fluister ik stilletjes.
Zozeer hoop ik dat hij aardig tegen me is, ik vertik het te huilen voor deze onbekende, in mijn ziel te laten graven.
“Kijkt u me aan”, weerklinkt het.
Niet bevelend of verontwaardigd, maar opnieuw vanzelfsprekend. Het komt schijnbaar niet bij hem op dat iemand hier ooit geen gehoor aan zou geven.
Ik worstel met mezelf. Nu toegeven betekent dat het steeds moeilijker wordt om nee te zeggen, ook straks. Mijn blik richt zich op, ik tracht in zijn ogen te lezen wat ‘straks’ zou kunnen betekenen.
“Uw armen in uw nek.”
“Ik zei al dat ik dit niet wil, waarom zou dit &uuml}berhaupt nodig zijn, wat voor nut heeft zoiets?”
Mooi, ‘überhaupt’, een erg volwassen woord, goedzo A, spreek ik mezelf toe.
Hij zwijgt en kijkt. Ziet. Zijn Zien laat me rillen.
“Waarom antwoordt u niet?”, probeer ik wanhopig.
Veel is er niet meer nodig om mijn masker te laten barsten, ik twijfel tussen woede en angst, beiden voortvloeiend uit machteloosheid. Wie denkt deze kerel wel dat hij is? Een pedagoog ja, maar ik ben geen kind dat opvoeding nodig heeft.
Ik zou roepen, uiting geven aan mijn frustratie, maar iets weerhoudt me daar nu van. Het viel op school ook wel eens voor dat ik nijdig werd, maar nimmer ben ik uitgevaren tegen een leerkracht, dat is iets wat je nu eenmaal niet doet.
Maar hij is geen leraar, en ik ben... Ik weet het niet meer.

Driftig en een boos gezicht trekkend vouw ik m’n handen achter m’n hoofd samen.
“Zo, bent u nu blij? Dit windt u vast nog op ook.”
Overtuigd door mijn eigen woorden, kom ik pas goed op dreef.
“Ach ja, u uw lol. Als u maar weet dat ik dit hele gedoe erg ridicuul vind. Het doet me ook niks. Dáárom ga ik in op uw verzoek, om u te bewijzen dat u ongelijk hebt, dat dit me koud laat, dat ik normaal ben en hoegenaamd geen ‘opvoeding’ nodig heb.”
Bij het uitspreken van ‘opvoeding’ zet ik een zo hautain mogelijk gezicht op om mijn woorden kracht bij te zetten.
Tezelfdertijd sluimert in mij de hoop dat hij niet opmerkt hoe mijn wangen verkleuren en dat hij niet vermoedt dat mijn onderbuik begint te gloeien.
“Zo, en dan nu uw benen naast elkaar.”
Hij lijkt te glimlachen, of toch niet? Zo zelfzeker, zo arrogant als wat, dat kan niet anders. Wat zou hij trouwens gezegd hebben als ik een rok had aangetrokken? Ook “benen naast elkaar”? Wat een misbruik van de arts-patiënt relatie.
Hoewel, concreet gezien vraagt hij me alleen maar om m’n benen naast elkaar te zetten, niet meer dan dat.
Ik veracht mezelf om de spijt die ik op dit moment voel omdat ik geen rokje aangetrokken heb, omdát ik er zo bijzit, met afstandelijke kledij. Ik voel me niet echt vrouw zo, en dat wás prima, want ik wou komen als patiënte A, niet als prooi. Maar soms ga je de zaken anders zien. Ik voel immers minder verzet wanneer ik mijn vrouw-zijn toelaat. Nu heb ik als nadrukkelijk niet-vrouwelijk zijnde iets te bewijzen.
Kon ik dat verzet maar niét voelen en complexloos ondergaan wat hij voor me in petto heeft.

Ik zucht overdreven en plaats uiteindelijk mijn voeten naast elkaar, doe mijn act nog eens dunnetjes over, onderstreep mijn toegeeflijkheid.
“Hopelijk is het voor u even lekker als voor mij dokter H.”
Nog net slaag ik erin mijn tong niet uit te steken. Ik bedwing die impuls, dat zou hem alleen maar gelijk geven. In gedachten doe ik het natuurlijk wél.




Hij Van Wie Zij Is

Brutaal



“Je mag je tong wel uitsteken hoor.”
Natuurlijk kijkt ze geschokt doordat ik haar gedachten raad.
Ach, soms heeft een pedagoog het heel gemakkelijk. Hoe weinig zijn mensen gewend om echt te kijken en te luisteren?
Bewust heb ik haar getutoyeerd en zal daar mee doorgaan, wetend dat zij dat niet zal doen, dat ze wanhopig zal proberen afstand te bewaren.
“Je bent brutaal.”
Even laat ik mijn woorden in de lucht hangen.
Ik geef haar echter geen tijd om te protesteren.
“Waarom ben je brutaal?”
Net voordat ze bedenkt dat ze een gevat antwoord moet geven, ga ik verder.
“Brutaal zijn is ook een reactie op opvoeden. Een protest tegen opvoeden.”
“Ik ben bezig met je op te voeden.”
“Daarvoor ben je hier.”
“Het maakt je bang. En daarom opstandig.”
“Maar opvoeden is er om het karakter van je pupil tot bloei te laten komen, niet om het te dwingen in een keurslijf dat het doodt en vergrauwt.”
“Dus waarom ben je bang, waarom verzet je je zo?”
Even weer die stilte, net zolang als nodig om mijn woorden te laten doordringen.
“En kijk je nou eens ongemakkelijk zitten wezen. Niet alleen je woorden zijn in strijd met wie je bent, ook hoe je er bij zit.”
“U weet helemaal niet wie ik ben,” flapt ze er uit.
Ik glimlach, want hoe mooi kopt ze mijn voorzet in.
“Dat weet ik inderdaad nog niet. Maar ik weet wel wie je niet bent.”
Ik pauzeer even.
“En weer bindt je de strijd met mij aan. Zodat je kan negeren dat wat ik zeg waar is:
je kunt je geen houding geven, je durft niet te laten zien wie je bent.”
“Zonet moest je vechten tegen je tranen, waarom toch, waarom geef je niet mee?”
Nu laat ik genoeg tijd voorbij gaan om haar te laten reageren.
Natuurlijk protesteert ze, natuurlijk hoefde helemaal niet te huilen.

“Handen in je nek.”
Ze schrikt en valt stil. Aarzelt, maar door mijn toon die zowel vriendelijk als dwingend is, gehoorzaamt ze en brengt haar handen weer op de plaats die ik wens.
“Het is niet mijn bedoeling dat je mijn vragen beantwoordt.”
“Waarom stelt u ze dan?” antwoord ze nog voordat ik verder kan gaan.
Natuurlijk denkt ze me nu te snel af te zijn, maar ook nu is dat niet het geval.
“Mijn vragen zijn bedoeld om je te laten nadenken, niet om een discussie met je aan te gaan. Dat zou zelfs niet eerlijk zijn, want met je handen in je nek kun je niet discussiëren. Met je handen in je nek en je benen naast elkaar kun je alleen maar luisteren. Het opent je voor verandering en groei.”
Zie ik nu een klein traantje ontstaan? Ik dacht het wel. Maar het is nog niet de tijd om te huilen. Nog steeds zit iets haar in de weg.
“Je verwijt jezelf dat je de verkeerde kleding aan getrokken hebt. Je maakt dat je ongemakkelijk zit. Je vind het niet bij je passen.”
Weer wacht ik even voordat ik verder ga.
“En je bent kwaad op jezelf dat je dat vindt.”
Ze bloost.
“Je bloost.”
Ze bloost nog meer.

Ik draai mijn bureaustoel en pak de telefoon en toets eenmaal.
“Wil je even bovenkomen.”
Ik draai me weer naar haar terug en kijk haar aan. En ik laat ik mijn blik langs haar kleding gaan. Weer bloost ze.
Ze wil weer wat gaan zeggen, maar ik zeg, haast fluisterend: “stil.”
En even later en even zacht: “blijven zitten,” als ze haar houding wil veranderen.
We wachten zwijgend tot Zijn Meisje boven komt. En richt me tot haar:
“Mevrouw voelt zich ongemakkelijk met de kleding die ze aanheeft. Wil jij haar even helpen wat anders te zoeken?”
Wat kan ze zeggen, nu ze nog steeds haar handen in haar nek heeft?
Zijn Meisje pakt haar licht bij haar elleboog, als gebaar om op te staan. En neemt haar mee, naar de ruimte naast deze, gescheiden alleen door een boekenkast. Zo kan ik hen horen, maar niet zien. Net zo min als zij dat kan.




  voor Mijn Meisje  


      naar het vorige hoofdstuk/verhaalnaar het volgende hoofdstuk/verhaal      


Een verzoek!


Deze site is bedoeld voor discussies/verhalen/vragen/weetjes die wat langer blijven staan.
We willen jullie daarom vragen:
  zorgvuldig te zijn in het opstellen van een reactie.
  kijk even naar de opmaak.
  corrigeer type- en spelfouten
      (een eenvoudige spellingscontrole verschijnt bij de voorbeeldweergave).
  en maak gebruik van de vele opmaak mogelijkheden.
  Echt: het is niet ingewikkeld.
  En wist je dat achter de   button een heleboel verschillende     zitten?


geef hier je reactie op het verhaal en/of op de commentaren van anderen
Je Onderwerp:

Vermeld hier onderwerp, of kopje, of samenvatting, of blikvanger van je reactie.
Je reactie:
Gebruik Opmaakbuttons
Selecteer tekst en klik op de button
of: klik 1 maal voor begincode en nogmaals voor sluitcode
Voor uitleg van de buttons: glij er overheen met je muis
Vet Cursief Onderstrepen maak tekst heel klein maak tekst klein maak tekst groot maak tekst extra groot centreer maak een lijst met bullets maak een genummerde lijst " >
voorbeelden van de beschikbare fonts + instructie opmaak hulp: geeft uitgebreide uitleg -ook van diversen- plus extra mogelijkheden!
onderstaande buttons geven direct resultaat (selecteer dus geen tekst!):
een kop maken: vet + groot (geen tekst selecteren) plaats je e-mail adres (geen tekst selecteren) Maak een hyperlink (geen tekst selecteren) Voeg clipart plaatje toe (geen sluitcode!) trek een lijn (geen sluitcode) maak wit/spatie (geen sluitcode!) maak een dichte bullet (geen sluitcode!) maak een open bullet (geen sluitcode!) maak een vierkante bullet (geen sluitcode!) maak een een curren - een soort bullet (geen sluitcode!) maak het copyrightteken (geen sluitcode!) { voor gebruik BINNEN opmaakcode (geen sluitcode!) } voor gebruik BINNEN opmaakcode (geen sluitcode!)  ECHTE komma: voor gebruik BINNEN opmaakcode van een TABEL (geen sluitcode!)

Inlognaam: Gebruiksaanwijzing:
Geef je Inlognaam en Wachtwoord.
Aanmelden is verplicht, kostenloos en heel eenvoudig!
Maak gebruik van de vele opmaakbuttons hierboven!
Wachtwoord:
Opties: Je mag HTML opmaakcode in je bericht gebruiken
Activeer eventuele links in je bericht
Actie: